„Das Essen war gut ohne Üppigkeit, der Umgangston gepflegt, das Gespräch anständig und gemessen unter Ausschluß doppeldeutiger Worte, die auf Liebschaften anspielten oder vielleicht daran denken ließen.“
„Het eten was goed zonder weelderigheid, de omgangstoon verzorgd, het gesprek fatsoenlijk en gematigd met uitsluiting van dubbelzinnige woorden die op liefdesaffaires zinspeelden of daaraan konden doen denken.“