eine Stelle, ein Ort, wo etwas abgebrochen ist (wurde, wird), ein Abbruch stattfindet
„An der Abbruchstelle an der Nordwestküste Grönlands war bereits seit 2001 ein Riss sichtbar, teilte die US-Raumfahrtbehörde mit.“
„Op de breukplaats aan de noordwestkust van Groenland was al sinds 2001 een scheur zichtbaar, deelde het Amerikaanse ruimtevaartagentschap mee.“
„Zwölf Stunden am Tag sitzt er in der gläsernen Kabine eines riesigen Muldenkippers und fährt Eisenerz von der Abbruchstelle zum Brecher, wo die großen roten Brocken zerkleinert werden.“
„Twaalf uur per dag zit hij in de glazen cabine van een reusachtige kiepwagen en vervoert hij ijzererts van de breukplaats naar de breker, waar de grote rode brokken worden verkleind.“