Feier, die veranstaltet wird, um jemanden zu verabschieden (beispielsweise bei einem Umzug, einer Reise oder Ähnlichem)
Ich werde für ihn eine Abschiedsfeier organisieren.
Ik zal voor hem een afscheidsviering organiseren.
„Freunde und Familie hatten eine königliche Abschiedsfeier für mich veranstaltet, viele von ihnen waren, trotz kühler Temperaturen, auf den verschiedensten Motorrädern aus allen Ecken Großbritanniens angereist.“
“Vrienden en familie hadden voor mij een koninklijke afscheidsviering georganiseerd, velen van hen waren, ondanks de koude temperaturen, op de meest uiteenlopende motoren uit alle hoeken van Groot-Brittannië gekomen.”