
absolutief- naamval in ergatieve talen die het subject van intransitieve werkwoorden en het object van transitieve werkwoorden markeert
Kasus in Ergativsprachen, der das Subjekt intransitiver Verben sowie das Objekt transitiver Verben markiert
verbaalsubstantief- verbaal substantief in sommige Indo-Europese talen dat in een versteende naamval staat en de handeling van het subject aanduidt
Verbalsubstantiv in manchen indogermanischen Sprachen, das in einem erstarrten Kasus steht und die Handlung des Subjekts bezeichnet