„Der Aitel besitzt einen langgestreckten, fast drehrunden Körper.“
„De kopvoorn heeft een langgerekt, bijna rolrond lichaam.“
„Das Aitel ist sehr anpassungsfähig und lebt in allen fließenden und auch stehenden Gewässern von der Forellen- bis zur Brachsenregion.“
„De kopvoorn is zeer aanpasbaar en leeft in alle stromende en ook stilstaande wateren van de forel- tot de brasemzone.“