Kind einer Familie, in der wenigstens ein Elternteil eine akademische Ausbildung hat
„Die Unis sind vor allem eine Domäne von Akademikerkindern.“
„De universiteiten zijn vooral een domein van academikinderen.“
„Dass es mehr Akademikerkinder als je zuvor vorziehen, nach dem Abi eine Berufsausbildung zu machen, erstaunt auch die Hochschulforscher, die den Sozialbericht geschrieben haben.“
„Dat meer academikinderen dan ooit tevoren er de voorkeur aan geven na het eindexamen een beroepsopleiding te doen, verbaast ook de hogeronderwijs-onderzoekers die het sociale rapport hebben geschreven.“