Er trägt einen Allerweltsnamen.
Hij draagt een alledaagse naam.
„Wer ihn nur von ferne kannte, weil er eben eine Berühmtheit des alten Jerusalem war, rief ihn bei seinem Allerweltsnamen.“
„Wie hem slechts van verre kende, omdat hij nu eenmaal een beroemdheid van het oude Jeruzalem was, riep hem bij zijn alledaagse naam.”