Gruppe von Personen (oder auch anderen Lebewesen) gleichen Alters/gleicher Altersspanne
„Da es mit 560 Athleten auch die vollste Altersklasse war, kam Hoffnung auf, dass ich mit etwas Glück einen Slotfür dieIronman-70.“
„Omdat het met 560 atleten ook de volste leeftijdsklasse was, kwam er hoop op dat ik met een beetje geluk een slot voor de Ironman-70 zou krijgen.“
„Diese Größe drückt jene Wahrscheinlichkeit aus, die Individuen der jeweiligen Altersklasse haben, innerhalb dieser Zeitspanne zu sterben.“
„Deze grootte drukt de waarschijnlijkheid uit die individuen van de betreffende leeftijdsklasse hebben om binnen dit tijdsbestek te overlijden.“