„Er stellt aber nur das individuelle, also ontogenetische Analogon zur Phylogenese, also der Entwicklungsgeschichte der gesamten Gattung dar.“
„Hij vormt echter slechts het individuele, dus ontogenetische analogon van de fylogenese, dus van de ontwikkelingsgeschiedenis van het gehele geslacht.“
„Worauf es ankommt, ist die Existenz eines Bildungsmusters der Kerngrammatik des Deutschen, die kein Analogon im Englischen hat.“
„Waar het op aankomt, is het bestaan van een vormingspatroon van de kerngrammatica van het Duits, dat geen analogon in het Engels heeft.“