„Als Brennholz blieben nur das Anbruchholz und vom gesunden Holze nur die in die Gruben- und Zellstofflängen nicht passenden oder beim Fällen eingebrochenen Stücke übrig.“
„Als brandhout bleven alleen het rotte hout en van het gezonde hout alleen de stukken over die niet in de mijn- en celluloselengten pasten of bij het vellen waren ingebroken.“
„[…], das Unterholz treibt man ganz, das Oberholz nur teilweis und zwar in der Regel nur die älteste Klasse, Anbruchhölzer oder verdämmende Stämme ab, je nach Bedarf.“
„[…], het onderhout drijft men geheel af, het bovenhout slechts gedeeltelijk en wel in de regel slechts de oudste klasse, rotte houtstukken of verdringende stammen, al naar behoefte.“