Die Anfälligkeit für Erkältungen kann den Betreffenden immer wieder beeinträchtigen.
De vatbaarheid voor verkoudheden kan de betrokkene steeds weer hinderen.
„Die schlechte Versorgung vieler Menschen führte zu Unterernährung, wodurch die Anfälligkeit für Infektionskrankheiten stieg.“
„De slechte verzorging van veel mensen leidde tot ondervoeding, waardoor de vatbaarheid voor infectieziekten steeg.”