Zoek woordenschat...
Woordenboek
Een Duits woord dat je nog niet snapt? 🌱
Anfangsgehalt
das
[ˈanfaŋsɡəˌhalt]
Zelfstandig naamwoord
Meervoud: Anfangsgehälter
Definities
1
aanvangssalaris
- aanvankelijk salaris
anfängliches Gehalt
„Er erhielt ein
Anfangsgehalt
von 3500 Franken im Jahr, das 1906, als er befördert wurde, auf 4500 Franken stieg.“
"Hij kreeg een aanvangssalaris van 3500 frank per jaar, dat in 1906, toen hij bevorderd werd, tot 4500 frank steeg."
Synoniemen
Einstiegsgehalt
Zelfstandig naamwoord