gekrümmtes Metallteilchen am Ende der Angelschnur befestigt, um damit Fische zu fangen
Er befestigte einen Köder am Angelhaken und warf die Schnur aus.
Hij bevestigde aas aan de vishaak en wierp de snoer uit.
„Das Wort Häme (von ahd. ‚hamo’) bedeutet ursprünglich Angelhaken, Angelrute. Es hat mit dem ‚Hamen’ zu tun, einem Fangnetz mit Stiel […], das zum Fischefangen dient.“
„Het woord leedvermaak (van ohd. ‚hamo’) betekent oorspronkelijk vishaak, hengelroede. Het heeft met de ‚hamen’ te maken, een vangnet met steel […], dat dient om vissen te vangen.“