„Angewöhnung geistiger Grundsätze ohne Gründe nennt man Glauben.“
„Aanleren van geestelijke grondbeginselen zonder gronden noemt men geloof.“
„Ausschweifungen jeder Art, üble Angewöhnungen, Vernachlässigung der Gesundheit, Versäumung einer richtigen Ausbildung — all das macht Menschen zweiter Güte.“
„Uitspattingen van elke soort, kwalijke gewenningen, verwaarlozing van de gezondheid, verzuim van een juiste opleiding — dat alles maakt mensen van tweede rang.“