verwandtschaftlich verbundene Gruppe von Menschen, die in der unmittelbaren Nähe von etwas wohnt
„Dort wehrten sich vier Anrainerfamilien gegen ein Wohnbauprojekt rund um eine alte Villa, das die städtische Baubehörde dem Unternehmer Paul Schäffler in zwei Instanzen genehmigt hatte.“
„Daar verzetten vier omwonende gezinnen zich tegen een woningbouwproject rond een oude villa, dat de stedelijke bouwautoriteit aan de ondernemer Paul Schäffler in twee instanties had goedgekeurd.“
„Am alten Weg ins Karwendeltal liegt einsam auf einer kleinen Lichtung im Wald die Birzlkapelle, die von den Anrainerfamilien zum Schutz vor Unwetter und Blitzschlag errichtet wurde.“
„Aan de oude weg naar het Karwendeldal ligt eenzaam op een kleine open plek in het bos de Birzkapel, die door de omwonende gezinnen ter bescherming tegen noodweer en blikseminslag werd opgericht.“