Hund, der darauf abgerichtet ist, erlegtes/geschossenes Wild herbeizubringen (zu apportieren)
„Liebe Ann Landers, ich besitze einen prächtigen Apportierhund, der ziemlich bissig werden kann, wenn er von anderen Hunden angegriffen wird, mit Menschen geht er aber höchst zahm um. …“
„Lieve Ann Landers, ik bezit een prachtige apporteerhond, die behoorlijk bijterig kan worden als hij door andere honden wordt aangevallen, maar met mensen gaat hij heel tam om. …“
Denn der Lagotto Romagnolo, übrigens einer der ältesten bekannten Wasser- und Apportierhunde, gilt als Arbeitstier, will seinen Menschen gefallen und verliert nicht schnell den Spaß an der Suche.
Want de Lagotto Romagnolo, overigens een van de oudst bekende water- en apporteerhonden, geldt als werkdier, wil zijn mensen behagen en verliest niet snel het plezier in het zoeken.