„Jetzt sind seine Beinkleider bespritzt, und seine Haare sind vom Aprilsturm durcheinandergewühlt.“
"Nu zijn zijn broekspijpen bespat, en zijn haren zijn door de aprilstorm verward."
„Für Fritzchen freilich ist der Sommer im Grunde heute schon da, trotz Schnee, Hagel, Aprilsturm und Nässe.“
"Voor Fritsje is de zomer in de grond vandaag eigenlijk al daar, ondanks sneeuw, hagel, aprilstorm en nattigheid."