„Dann betrachtete ich die Umrisse der dunklen Tannen und die breite Asphaltstraße unter mir.“
“Toen bekeek ik de omtrekken van de donkere dennen en de brede asfaltstraat onder mij.”
„Ich schritt durch das Freilichtmuseum der Zunftgräber, überquerte eine Asphaltstraße und befand mich in einem verwunschenen Rhododendronhain.“
“Ik liep door het openluchtmuseum van de gildegraven, stak een asfaltstraat over en bevond mij in een betoverd rododendronbos.”