„Die Atomhülle des neutralen Atoms besteht aus so vielen Elektronen wie es im Kern Protonen gibt.“
„De atoomhuls van het neutrale atoom bestaat uit evenveel elektronen als er protonen in de kern zijn.“
„Vielmehr kann man die Atome in eine Atomhülle aus Elektronen und einen Atomkern unterteilen, der seinerseits aus Protonen und Neutronen zusammengesetzt ist.“
„Men kan de atomen eerder onderverdelen in een atoomhuls van elektronen en een atoomkern, die op zijn beurt uit protonen en neutronen is samengesteld.“