„Sie banden mir die Augenbinde los und zogen das Taschentuch aus meinem Mund.“
„Ze maakten mijn blinddoek los en trokken de zakdoek uit mijn mond.“
„Meine Augenbinde lockerte sich und ich sah die Silhouette: Groß, leptosom, Adlernase.“
„Mijn blinddoek raakte los en ik zag het silhouet: groot, leptosoom, adelaarsneus.“