„Der Gärtner mustert mich aus einem Auge – eine Augenklappe verdeckt das andere.“
„De tuinman bekijkt me met één oog – een ooglapje bedekt het andere.“
„Dem Seemann fällt auf, dass der Pirat ein Holzbein, statt einer Hand nur einen Haken hat und eine Augenklappe trägt.“
„De zeeman valt op dat de piraat een houten been heeft, in plaats van een hand slechts een haak heeft en een ooglapje draagt.“