„In ihren Augenwinkeln glitzerten zwei, drei Tränen.“
„In haar ooghoeken glinsterden twee, drie tranen.“
„Barbara sah ihn derart mitleidig an, dass in Rudis Augenwinkel eine Träne aufglitzerte.“
„Barbara keek hem zo meelijwekkend aan dat in Rudi's ooghoek een traan glinsterde.“