Die Horizontebene, Zenit und Nordpol geben auf der Kugel ein Koordinatennetz für Höhen und Azimut.
Het horizontale vlak, het zenit en de noordpool vormen op de bol een coördinatennet voor hoogten en azimut.
„Das waren Kurs- und Strömungsberechnungen, Azimute von Gestirnen sowie Küstenbilder und die entsprechenden Seekarten.“
“Dat waren koers- en stroomberekeningen, azimuts van hemellichamen alsmede kustbeelden en de bijbehorende zeekaarten.”