„Die Buchhandlung wächst so rapide, dass wir die Arbeit nur mit Mühe bewältigen können, an Büroarbeit ist nicht einmal zu denken.“
„De boekwinkel groeit zo snel dat we het werk slechts met moeite aankunnen, aan kantoorwerk valt niet eens te denken.“
„Er erläuterte. Entschuldigte sich dafür, daß von den vier täglichen Arbeitsstunden glatt zwei fürs Putzen draufgingen, eine Stunde etwa wäre Büroarbeit, na und die vierte Stunde?“
„Hij legde uit. Verontschuldigde zich ervoor dat van de vier dagelijkse werkuren er glad twee aan schoonmaken opgingen, ongeveer een uur zou kantoorwerk zijn, nou en het vierde uur?“