Zoek woordenschat...
Woordenboek
Een Duits woord dat je nog niet snapt? 🌱
Bandenchef
der
[ˈbandn̩ˌʃɛf]
Zelfstandig naamwoord
Meervoud: Bandenchefs
Definities
1
bendebaas
- aanvoerder of baas van een bende
Anführer/Chef einer Bande
„Die
Bandenchefs
waren stadtbekannt.“
„De bendebazen waren bekend in de stad.”
„Die wichtigen
Bandenchefs
sind bekannt, ja berühmt.“
„De belangrijke bendebazen zijn bekend, ja beroemd.”
Synoniemen
Räuberhauptmann
Zelfstandig naamwoord