Zoek woordenschat...
Woordenboek
Een Duits woord dat je nog niet snapt? 🌱
Batisttuch
das
[baˈtɪstˌtuːx]
Zelfstandig naamwoord
Meervoud: Batisttücher
Definities
1
batisten doek
- doek van batist
Tuch aus Batist
„Sie schwieg einen Augenblick, während sie mit ihrem
Batisttuch
ihre Stirn berührte.“
“Zij zweeg een ogenblik, terwijl zij met haar batisten doek haar voorhoofd aanraakte.”
Zelfstandig naamwoord