Ein Philosoph, etwas närrisch wie alle seines Schlages, verließ eines Tages die Stadt, in der viele Häuser gebaut wurden, um keinen Ziegel oder Baustein auf den Kopf zu kriegen.
Een filosoof, wat dwaas zoals allen van zijn slag, verliet op een dag de stad waarin veel huizen werden gebouwd, om geen baksteen of bouwsteen op zijn hoofd te krijgen.
„Und ihre Blicke irrten über den Haufen Bausteine hin, über das ekelhafte Wasser, in dem ein Strohbündel schwamm, über einen Fabrikschornstein, der sich am Horizont erhob; Kloakendünste stiegen empor.“
“En hun blikken dwaalden over de hoop bouwstenen heen, over het walgelijke water waarin een bos stro dreef, over een fabrieksschoorsteen die aan de horizon verrees; riooldampen stegen op.”