„Hoch oben bei den höchsten Gipfeln der Alpen, da lebt er in einer schönen großen Höhle – der Berggeist.“
„Hoog boven bij de hoogste toppen van de Alpen, daar leeft hij in een mooie grote grot – de berggeest.“
„Aber so viel Schönes ihr auch der Berggeist darbot, sie wollte seine Gemahlin nicht werden.“
„Maar hoeveel moois de berggeest haar ook bood, ze wilde zijn echtgenote niet worden.“