„Mittags kamen wir auf einem Bergkamm an, und es war heiß, aber Onkel Edgar wollte nicht Rast machen.“
„'s Middags kwamen we op een bergkam aan, en het was heet, maar oom Edgar wilde geen rust houden.“
„Irgendwann dämmerte es und wir hüpften bibbernd vor dem Zelt auf und ab, als über einen Bergkamm ein Sonnenstrahl fiel.“
„Op een gegeven moment schemerde het en we sprongen rillend voor de tent op en neer, toen over een bergkam een zonnestraal viel.“