„Weit hin standen die Himbeer-Tienen am Trottoir entlang, nur unterbrochen durch hohe, kiepenartige Körbe, daraus die Besinge blauschwarz und zum Zeichen ihrer Frische noch mit einem Anfluge von Flaum hervorlugten.“
„Wijd en zijd stonden de frambozenkistjes langs het trottoir, slechts onderbroken door hoge, mandachtige korven, waaruit de bosbessen blauwzwart en ten teken van hun versheid nog met een vleugje dons tevoorschijn kwamen.“