Genussmittel, das aus Betelpfeffer, Betelnuss und einigen Gewürzen hergestellt wird
Betel besteht aus einem Blatt des Betelpfeffers, in das Scheiben der Betelnuss und Gewürze gewickelt sind und das zusammen mit Kalk gekaut wird.
Betelpruim bestaat uit een blad van de betelpeper waarin plakjes betelnoot en specerijen zijn gewikkeld en dat samen met kalk wordt gekauwd.
„Auf dem kurzen Weg zum Friseursalon bemerkte ich ein paar Betel kauende alte Männer, deren Lippen ganz rot gefärbt waren, und hörte die Rufe der Verkäufer.“
„Op de korte weg naar de kapperszaak merkte ik enkele op betelpruim kauwende oude mannen op, wier lippen helemaal rood gekleurd waren, en hoorde ik de roepen van de verkopers.“