„Der Stiel ist kurz, 1 Zoll lang, dick, mit einem dicken, kurzen Absatz, an welchem gewöhnlich ein Blattauge sitzt; er steht in einer tiefen, schönen Höhlung.“
„De steel is kort, 1 duim lang, dik, met een dik, kort aanzetsel, waaraan gewoonlijk een bladoog zit; hij staat in een diepe, mooie holte.“
„Der Bouquetzweig besteht aus einem Sträußchen von 4—7 Blütenknospen mit einem Blattauge in der Mitte.“
„De boquettwijg bestaat uit een bosje van 4 tot 7 bloemknoppen met een bladoog in het midden.“