„Doch hatte Eske nach alter Zimmermannssitte sein eigenes Blattbeil mitgenommen, um es bei der Arbeit zu benutzen.“
„Maar Eske had volgens oud timmermansgebruik zijn eigen breedbijl meegenomen om bij het werk te gebruiken.“
„Breitbeil n; auch Blattbeil n; Dünnbeil n: Beschlagbeil des Zimmermanns mit langer Schneide (20-40 cm) und in der Form eines Bartbeiles.“
„Breedbijl o; ook bladbijl o; dunbijl o: beslagbijl van de timmerman met lange snede en in de vorm van een baardbijl.“