„Ein großer Blutfleck auf der Brust sagte mir, daß es mit ihm zu Ende ging.“
„Een grote bloedvlek op de borst zei mij dat het met hem afgelopen was.“
„Als Hamid auf die Straße trat, waren die Blutflecke noch da.“
„Toen Hamid de straat op ging, waren de bloedvlekken er nog.“