Bodennebel entsteht in Niederungen bei ruhigem Wetter und klarem Himmel, wenn die Ausstrahlung des Bodens groß ist und damit eine rasche Abkühlung der untersten Luftschicht bis zum Taupunkt eintritt.
Grondmist ontstaat in laagten bij rustig weer en een heldere hemel, wanneer de uitstraling van de bodem groot is en daarmee een snelle afkoeling van de onderste luchtlaag tot het dauwpunt optreedt.