„Er ist dein Brotgeber, also mach deine Arbeit pünktlich, aber wisse immer, er ist schlecht.“
“Hij is je werkgever, dus doe je werk op tijd, maar weet altijd, hij is slecht.”
„Unterschrieben hat er trotzdem, vermutlich um seinen Brotgeber, den S. Fischer Verlag zu unterstützen.“
“Hij heeft toch getekend, vermoedelijk om zijn werkgever, de S. Fischer Verlag, te steunen.”