„Die Flasche zersprang auf dem Boden, er machte einen heftig taumelnden Schritt, stürzte gegen das Brotregal und ging in einer Kaskade von Törtchen und Mondkuchen zu Boden.“
“De fles spatte uiteen op de grond, hij deed een hevig wankelende stap, viel tegen het broodrek en ging in een waterval van taartjes en maancakes tegen de grond.”