„Er hatte so viel Papier aus dem Fenster geworfen, dass der Physikband auf seinem Schoß nur noch aus den Buchdeckeln bestand.“
„Hij had zoveel papier uit het raam gegooid dat het natuurkundeboek op zijn schoot alleen nog uit de boekkaften bestond.“
„Doch dann habe ich die Buchstaben auf dem leicht angehobenen Buchdeckel gesehen.“
„Maar toen zag ik de letters op de licht opgetilde boekkaft.“