Zoek woordenschat...
Woordenboek
Een Duits woord dat je nog niet snapt? 🌱
Cafébesitzer
der
[kaˈfeːbəˌzɪt͡sɐ]
Zelfstandig naamwoord
Meervoud: Cafébesitzer
Definities
1
café-eigenaar
- eigenaar van een café
Besitzer eines Cafés
„Kurz darauf kam der
Cafébesitzer
nach draußen und begrüßte Alice mit großer Herzlichkeit.“
„Kort daarna kwam de café-eigenaar naar buiten en begroette Alice met grote hartelijkheid.“
Zelfstandig naamwoord