„In unserer Kindheit war der Chemieunterricht immer ein Erlebnis, wir bastelten an Substanzen, kippten das eine oder andere zusammen, rührten und sahen es aufwallen und blubbern.“
„In onze kindertijd was de scheikundeles altijd een belevenis, we knutselden met stoffen, gooiden van alles bij elkaar, roerden en zagen het opborrelen en bubbelen.“
„Nicht selten berichtete der Bruder von merkwürdigen Geräuschen und Gerüchen, die an Chemieunterricht erinnerten.“
„Niet zelden vertelde de broer over vreemde geluiden en geuren die aan de scheikundeles herinnerden.“