„Er trug außerdem ein zerknittertes weißes T-Shirt, eine verblichene Jeans und verkratzte dunkelbraune Cowboystiefel.“
„Hij droeg bovendien een verkreukeld wit T-shirt, een verbleekte jeans en bekraste donkerbruine cowboylaarzen.“
„Man soll den Boten nicht erschießen, aber von seinen Cowboystiefeln fallen andauernd Klümpchen getrockneter Kuhscheiße ab.“
„Men moet de boodschapper niet neerschieten, maar van zijn cowboylaarzen vallen voortdurend klontjes gedroogde koeienmest af.“