„Den breiten Rand, an dem viele ihren Tabak und sonstige Kleinigkeiten befestigten, hatten sie mit Coyotenfell oder Klapperschlangenhaut benäht.“
„De brede rand, waaraan velen hun tabak en andere kleinigheden bevestigden, hadden ze met coyotevacht of ratelslangenleer omnaaid.“
„Er spürte, wie seine Erregung unter dem Coyotenfell des Rocks anschwoll.“
„Hij voelde hoe zijn opwinding onder de coyotevacht van de rok zwol.“