„Als er gefragt wurde, was er auf seine Crêpe haben wolle, deutete er auf das Glas mit der Haselnusscreme und rief: ‚Nuteja!‘“
„Toen hem werd gevraagd wat hij op zijn flensje wilde, wees hij naar het potje met hazelnootpasta en riep: ‘Nuteja!’”
„Die Crêpes waren mit einer Menge Cognac flambiert gewesen, aber sie trank doch noch einen kleinen Cognac zum Café Noir, und einen winzigen, allerletzten, bevor man in den Wagen stieg.“
„De flensjes waren met veel cognac geflambeerd geweest, maar ze dronk toch nog een kleine cognac bij de zwarte koffie, en een piepkleine, allerlaatste voordat men in de auto stapte.”