„Mit rot gefrorenem Gesicht kam die Zenzi ins Möselholz, wohin sie der Bauer bestellt hatte, damit sie Daxen zusammenklauben sollte.“
„Met een rood bevroren gezicht kwam Zenzi naar het Möselholz, waarheen de boer haar had besteld, zodat ze dennentakken zou verzamelen.“
„[…] zum Glück duftete draußen der tröstliche milde Markt mit Heilkräutern, Weidenzweigen, Vogelbeeren und Daxen […].“
„[…] gelukkig geurde buiten de troostrijke milde markt met geneeskruiden, wilgentakken, lijsterbessen en dennentakken […].“