
dentinekanaaltje- ca. 1–2 µm grote holten die het dentine van de tand van een zoogdier of mens van buiten naar binnen doorlopen en waarin uitlopers van de odontoblasten (dentinevormende cellen) en mergloze zenuwvezels verlopen
ca. 1–2 µm große Hohlräume, die das Dentin des Zahns eines Säugetiers oder Menschen von außen nach innen durchziehen in dem Fortsätze der Odontoblasten (Dentinbildungszellen) sowie marklose Nervenfasern verlaufen