Person, die eine andere Person, unabhängig davon, ob diese tatsächlich schuldig ist, (oftmals anonym) anzeigt
„Später lernte er ihn als ungemein gefälligen, liebenswürdigen Kameraden kennen, noch später aber wurde er als Denunziant, der seine Unglücksgenossen geringfügiger Vorteile halber verriet, entlarvt.“
„Later leerde hij hem kennen als een buitengewoon voorkomende, beminnelijke kameraad, maar nog later werd hij ontmaskerd als verklikker, die zijn lotgenoten voor een klein voordeel verraadde.”
„Blockwarte hatten den Ruf, Spitzel und Denunzianten zu sein, deshalb war meine Mutter immer darauf bedacht, die von ihr versteckten Juden gut zu verbergen, bevor wir in den Bunker gingen.“
„Blokwachten hadden de reputatie spionnen en verklikkers te zijn, daarom was mijn moeder er altijd op bedacht de door haar verborgen Joden goed te verbergen voordat wij naar de bunker gingen.”