„Im Norden lag der Anteil der Dialektsprecher an der Bevölkerung schon in den 1970er Jahren in der Regel unter der Hälfte, im Süden in der Regel über zwei Dritteln.“
„In het noorden lag het aandeel van de dialectsprekers in de bevolking al in de jaren zeventig in de regel onder de helft, in het zuiden in de regel boven twee derde.“
„Dialektsprecher sind in der Regel imstande, nicht nur entweder ihre Mundart oder die Hochsprache zu verwenden, sondern ebenfalls verschiedene Mischformen zwischen diesen.“
„Dialectsprekers zijn in de regel in staat niet alleen ofwel hun streektaal ofwel de standaardtaal te gebruiken, maar eveneens verschillende mengvormen daartussen.“