„Ich kroch auf Händen und Füßen in ein Dornendickicht, das im Schatten eines besonders großen Baumes lag, und legte mich auf ein Bett aus Tannennadeln.“
„Ik kroop op handen en voeten in een doorndicht, dat in de schaduw van een bijzonder grote boom lag, en ging liggen op een bed van dennennaalden.“