Wandteil zwischen den Schrägen eines Satteldachs mit einer horizontalen und zwei geradlinigen geneigten Begrenzungen
„Der Mittelteil wird durch einen Dreieckgiebel und ein gebändertes Erdgeschoß betont.“
„Het middendeel wordt door een driehoekgevel en een gebande begane grond benadrukt.“
„In der Mitte des Haupttraktes ragt hofseitig das von einem flachen Dreieckgiebel bekrönte Stiegenhaus vor.“
„In het midden van de hoofdvleugel steekt aan de hofzijde het door een vlakke driehoekgevel bekroonde trappenhuis naar voren.“