„Wenn ich durch die Straßen gehe, staffieren mich die Leute in Gedanken mit einer Perücke und einem Dreispitz aus.“
„Als ik door de straten loop, tooien de mensen mij in gedachten met een pruik en een driekantenhoed.“
„Auf dem Heck der Schiffe waren Totenköpfe zu sehen, und auf den Decks standen Kapitäne mit Dreispitz auf dem Kopf, die ihre Pistolen und Rapiere schwangen.“
„Op het achterschip van de schepen waren doodskoppen te zien, en op de dekken stonden kapiteins met een driekantenhoed op het hoofd, die hun pistolen en rapieren zwaaiden.“